vrijdag 28 mei 2010

google maps

Wat gemakkelijk om via maps adressen en bedrijven te vinden. Ik zoek regelmatig bijvoorbeeld op campings in een bepaalde regio. Ook een routebeschrijving is gemakkelijk. Als ik ergens naar toe moet met de auto leen ik vaak een TomTom, maar als die niet beschikbaar is kijk ik via maps en streetview. Dan weet je toch hoe de omgeving er uitziet.


De route ik elke dag volg van huis naar werk.


Grotere kaart weergeven

Podcasts en vodcasts

Thuis heb ik al enkele jaren iTunes geinstalleerd op mijn computer. Voornamelijk om muziekjes op de ipod te zetten. Ik heb wel eens gesnuffeld aan de podcasts enkele jaren terug. De laatste jaren niet meer. En wat fantastisch om alle nieuwe mogelijkheden nu te ontdekken. Vodcasts had ik zo wie zo nog niets mee gedaan. Ik heb de sites van de bibliotheken DOK en Waterweg bekeken en ben onder de indruk. Erg leuk om via een vodcast verslag te doen van bepaalde activiteiten en de instructiefilmjes bij de bibliotheek Waterweg vind ik goed gedaan.
Via iTunes zijn er legio mogelijkheden bijgekomen. Ik ga zeker thuis verder op onderzoek uit.
Voor onze bibliotheek lijkt het me geweldig om als ons digitale platform online is, meer met filmjes en geluid te werken. Alle mogelijkheden die er zijn om te communiceren met onze klanten moeten ingezet worden.

maandag 12 april 2010

Grappig of niet?

Dit bericht las ik op de blog van Mark Deckers:
Graag stilte in de leeszaal

In het dagblad Trouw schrijft Beatrijs al jaren over etiquette. Over wat je wel en niet mag verwachten van je vrienden, collega's en de samenleving in het algemeen.
Onlangs stond in die krant de volgende vraag aan Beatrijs:
Beste Beatrijs,

Regelmatig ga ik op zaterdagochtend naar de bibliotheek van de kleine gemeente waar ik woon. Mijn man let dan op onze twee kinderen en het idee is dat ik zo een paar uur ongestoord kan werken aan mijn deeltijdstudie. In de praktijk valt dat niet mee. Er rennen gillende kinderen rond, waar de ouders niets van zeggen, en volwassenen praten hard met elkaar of voeren mobiele telefoongesprekken. Ook de bibliotheekmedewerkers zelf kletsen volop zonder hun stem te dempen. Toen ik als kind naar de bibliotheek ging, leerde mijn moeder me dat ik daar stil moest zijn en fluisteren. Is dat volledig uit de tijd?

Rumoer in de leeszaal

Tja, welk antwoord zou u geven? Op zaterdagochtend naar een kleine bibliotheek gaan, is mijn inziens toch ook wel een beetje vragen om problemen. Dat is toch net zoiets als op tweede paasdag om drie uur iets kleins halen bij IKEA...

Het antwoord van Beatrijs is verpletterend. En behoeft geen commentaar.....

Beste rumoer in de leeszaal,

Een bibliotheek is geen kermis en ook geen café. Bezoekers en personeel zouden zich rustig moeten gedragen en inderdaad hun stemmen moeten dempen. Bespreek uw klacht met de medewerkers aan de balie. Het zal niet eenvoudig zijn om uw punt over het voetlicht te brengen, als zij zelf even hard meedoen met het lawaai, maar u staat in uw recht, dus ze zullen zich tenminste even over het probleem moeten buigen. U zou kunnen voorstellen dat er bordjes met ’Stilte a.u.b.’ worden opgehangen. Allicht zal dat iets schelen in de herrie. Wanneer die bordjes er eenmaal hangen, kunt u lawaaischoppers op een duidelijk zichtbare regel attenderen. Dat is makkelijker dan met hen in discussie te gaan.



Voor het hele artikel.

dinsdag 6 april 2010

Ding 14 Instant Messaging : blabla of uhhuh?

Msn gebruik ik al vele jaren. Vind het privé heel handig om even contact te hebben met kinderen of vrienden. Met een webcam is het in sommige gevallen ook heel leuk om iemand even te zien. Ik heb m'n messenger meestal open staan.



Op het werk gebruik ik msn regelmatig om even een vraag te stellen aan een collega die niet in de kantoortuin aanwezig is. Is snel en niemand heeft er last van.

Ik merk nu dat er collega''s zijn die msn gebruiken en collega's die op google talk zitten. Is het niet handiger dat we allemaal hetzelfde programma gebruiken?

Ik ben een voorstander van een chatfunctie via  AskQ of op een andere manier voor het Mediacentrum.
Een digitaal aanwezig informatiebemiddelaar zou wat mij betreft een goede uitbreiding van onze dienstverlening zijn.

Google docs


Heel handig. Via het gmail.account kun je bij zoveel toepassingen dat het bijna eng is. Het lijkt bijna of je verder niets meer nodig hebt. Het gaat in elk geval een stuk sneller dat inloggen via sharenet.
Wikipedia noemt het volgende nadeel:
Een nadeel is dat niet duidelijk is wat Google met de bewerkte documenten doet. Als de gebruiker ze verwijdert, kan Google ze nog op haar eigen server bewaren, en het is niet duidelijk wie er nog toegang tot de documenten hebben. Dit kan voor bedrijven een aanleiding zijn om een klassiek pakket te gebruiken.

Ding 12

Voor het Mediacentrum vind ik het twitter account heel zinvol als er regelmatig en liefst dagelijks nieuwe tweets verschijnen. Denk aan informatie over tentoonstellingen, openingstijden, binnengekomen nieuwe materialen, interessante databanken, scholingsactiviteiten etc. De verantwoordelijkheid voor twitteren ligt op dit moment bij onze communicatie afdeling. Als wij interessant nieuws willen delen met onze gebruikers moet iedere medewerker er van bewust zijn om interessante informatie te sturen naar de betreffende communicatiemedewerker.
Zakelijk toepassingen prima. 
Privé zit ik al een paar maanden op twitter. Ik probeer regelmatig te checken wie wat getweet heeft. En dan met name op bibliotheekgebied. Helaas vind ik het grootste gedeelte van de informatie behoorlijk onbelangrijk. Leuk om te weten maar niet echt nodig. Zoals in onderzoeken is gebleken zijn het inderdaad dezelfde personen die heel veel twitteren. Zelf heb ik het idee dat ik weinig te vertellen heb. Ik ben meer een follower. Ik kan me voorstellen dat wanneer je een internet telefoon hebt, twitteren wel veel handiger is.

dinsdag 16 maart 2010

Wiki's

Met de collega's van de adminstratie heb ik afgesproken dat we onze werkomschrijvingen ook in een wiki gaan onderbrengen. Ons afsprakenboek is ook al een wiki en dat werkt prima. Ook via surfgroepen wordt met wiki gewerkt. Dus enige ervaring is aanwezig.
Ik heb een beetje in de zandbak gespeeld, handig om even te oefenen.
De wiki van de bibliotheek Deventer ziet er aardig uit. Mijn vraag is hoeveel tijd het kost om toch nog enige controle te houden op inhoud.

Op de website van leren.nl kwam ik onderstaande tekst tegen:

Als iedereen zomaar verbeteringen kan aanbrengen, dan kan iedereen ook zomaar onzin invoeren. Werkt dat wel?
In de praktijk blijkt het in bepaalde gevallen goed te werken. De wiki is onderdeel geworden van de Internetcultuur. De succesvolle wiki's worden bemenst door een groep vrijwilligers die op de achtergrond alle wijzigingen in de gaten houden. Vandalisme wordt snel teruggedraaid.


Een groter probleem is redelijk materiaal dat, bedoeld of onbedoeld, subtiele fouten bevat. De vrijwilligers achter de wiki zijn niet altijd in staat om alle wijzigingen inhoudelijk te beoordelen. De inhoud van een wiki moet daarom altijd kritisch en met enige achterdocht worden bekeken. In feite is van elk stukje materiaal de auteur onbekend en is daarom niet duidelijk of de informatie betrouwbaar is. Zoals sommige mensen zeggen: informatie die je op een anonieme plaats op Internet vindt, is net zo betrouwbaar als de informatie op een papiertje in de modder op straat.